slider_image
Nieuws van het bijstandsfront
10-10-2016 13:40

Nieuws van het bijstandsfront

 

Boetes en maatregelen

In januari 2016 heeft de Centrale Raad van Beroep een reeks uitspraken gedaan over de hoogte en de invordering van boetes die worden opgelegd bij geconstateerde bijstandsfraude.

De CRvB heeft de hoogte van de boetes behoorlijk gematigd, zodanig dat de wetgever de hele wet in dat opzicht is gaan herzien: een boete ter hoogte van het benadelingsbedrag,  zoals voorzien,  is eigenlijk niet meer aan de orde.

Interessanter nog is dat de CRvB heeft bepaald dat de hoogte van de boete ook gerelateerd moet zijn aan de draagkracht die iemand heeft. De “fraudeur “moet weer uitzicht hebben op een min of meer normaal inkomen en dat betekent dat:

- de boete in grote lijnen binnen twee jaar moet kunnen zijn betaald;

- er altijd een inkomen moet overblijven van 90% van de beslagvrije voet.

Gezien de huidige bepalingen omtrent de hoogte van de beslagvrije voet kan dat betekenen dat iemand met een minimum inkomen, rekening houdend met de beslagvrije voet , een draagkracht heeft van nul. Bijgevolg kan de boete dan niet meer zijn dan nul.

Overigens wordt eraan gewerkt de bepalingen over het berekenen van de beslagvrije voet te herzien, aangezien deze bepalingen min of meer hopeloos achterlopen op de aangepaste bijstandsnormen, toeslagen en zo verder. Komen we nog eens op terug.

 

De individuele inkomenstoeslag: vroeger de langdurigheidstoeslag:

De participatiewet kent een individuele inkomenstoeslag voor personen die langdurig een minimuminkomen genieten en die geen vooruitzicht hebben op inkomensverbetering. In het verleden heette dat, in de bijstandswet, de langdurigheidstoeslag.

Gemeenten kunnen die toeslag op verzoek verstrekken mits U natuurlijk aan de vereisten voldoet. Of iemand langdurig (in de gemeente Terneuzen is dat drie jaar) een laag (110 % van de relevante bijstandsnorm) heeft ontvangen is vrij eenvoudig vast te stellen. Of iemand vooruitzicht heeft op inkomensverbetering is wat lastiger vast te stellen. Gemeenten proberen daarom wil nogal eens bij beleidsregel te bepalen dat bepaalde categorieën mensen per definitie vooruitzicht hebben op inkomensverbetering en dus niet in aanmerking komen voor een individuele (langdurigheids)toeslag.

Dat mag niet van de Centrale Raad van Beroep: of iemand daadwerkelijk kans heeft op inkomensverbetering moet per individu, op basis van individueel onderzoek worden vastgesteld en gemotiveerd.

Laat u dus niet te snel wegjagen.

 

Tegenprestatie

Het is sinds enige jaren bon ton te verwachten dat een bijstandsgerechtigde voor zijn/haar uitkering een tegenprestatie verricht. Op de één of andere manier wordt daarbij vergeten dat de meeste mensen die een bijstandsuitkering aanvragen die tegenprestatie al lang hebben verricht: ze hebben jaren lang belasting betaald van welke belasting de uitkeringen van mensen die op dat moment bijstand kregen werden betaald of ze hebben kinderen opgevoed wat in een aantal opzichten toch ook een tegenprestatie voor de maatschappij mag heten; ook al heeft mevrouw Jansen nooit gewerkt en nooit belasting betaald, het opvoeden van haar kinderen heeft ertoe geleid dat er nu weer nette, welopgevoede belastingbetalers zijn bijgekomen die op allerlei manieren hun steentje bijdragen aan de maatschappij. Maar goed, dat is waarschijnlijk gezeur van een wat ouderwetse man.

Gemeenten mogen van bijstandsgerechtigden eisen dat ze een tegenprestatie verrichten, iets terug doen voor de maatschappij, maar dat is beperkt tot kortdurende, maatschappelijk nuttige, werkzaamheden gedurende een beperkte tijd per week. Het mag niet gericht zijn op arbeidsinschakeling en geen verdringing van bestaande betaalde arbeid inhouden.

Kortom een middag per week helpen bij de bejaardensoos of bij de sportclub valt wel onder de tegenprestatie, 40 uur per week plantsoenen schoffelen zeker niet. Vraagt de gemeente dat laatste dan zou wel een sprake kunnen zijn van dwangarbeid. Volgens het Europees Verdrag ter bescherming van de rechten van de mens is dat verboden; weer zo’n slinkse beperking van onze eigen volkssoevereiniteit door de elite.

(Let op dit geldt niet , in ieder geval anders,voor arbeidsreïntegratieprojecten; ook die moeten wel maatwerk zijn en effectief gericht zijn op arbeidsreïntegratie.)

 

Aanvraag

Het wil wel eens gebeuren dat een gemeente mensen die een uitkering willen aanvragen het bos in sturen. Komt de betrokkene dan na een paar weken vragen hoe het ermee staat dan blijkt er geen aanvraag te zijn ingediend en moet opnieuw (volgens de gemeente alsnog) een aanvraag ingediend worden. Dat kan een paar weken uitkering kosten, want bijstand wordt doorgaans niet met terugwerkende kracht verleend.

De oplossing kan zijn een brief/fax/mail te sturen aan de gemeente met daarin de vraag een bijstandsuitkering toe te kennen per datum brief. Uiteraard moet dan nog een hele aanvraagprocedure worden doorlopen, met alle mogelijke problemen van dien, maar de aanvraagdatum staat dan wel vast. Binnenlopen in het gemeentehuis en mondeling een aanvraag indienen kan wel, maar bewijs later maar eens dat U op die en die dag toch echt bij die en die medewerker van de gemeente een aanvraag heeft ingediend: doorgaans lukt dat niet.

 

Werkloosheid en ziekte

Recht op loondoorbetaling of Ziektewet: CRvB 25 11 2015 USZ 2016 60

Een werknemer op basis van een nulurencontract heeft bij ziekte recht op doorbetaling van loon indien er sprake is geweest van tenminste drie maanden arbeid: het gemiddeld aantal uren geldt dan als de omvang van de arbeidsovereenkomst

 

Wanneer de beëindiging van een arbeidsovereenkomst plaatsvindt op initiatief van de werkgever heeft de ontslagen werknemer recht op WW, ook al verzet hij/zij zich niet tegen het ontslag. Gaat het initiatief uit van de werknemer dan is er geen recht op WW en ook een recht op bijstand kan dan onder druk komen te staan.

Uit diverse uitspraken van de CRvB (usz 2016 63) blijkt dat het er soms erg op aan komt hoe een en ander geformuleerd wordt.

Oppassen dus, om niet te zeggen: laat U adviseren.

 

 Vreemdelingenrecht

Inburgeringsplicht

De meeste vreemdelingen, niet Nederlanders dus,  die ook geen burger van de EU zijn, zijn inburgeringsplichtig. Ze moeten binnen drie jaar na het verstrekken van een verblijfsvergunning op eigen kosten (maar daar kunt U ‘sociaal’ voor lenen) een inburgeringsdiploma hebben gehaald.

Aangezien onze overheid bijzonder goed op ons wil passen zijn uiteraard alle relevante systemen gekoppeld, zodat alleszins mogelijk is dat de dienst DUO in het voorkomende geval aan de IND meldt dat U niet op tijd ingeburgerd bent. Dat kan betekenen dat Uw verblijfsvergunning wordt ingetrokken, of in ieder geval niet wordt verlengd, niet wordt gewijzigd  of niet wordt omgezet ineen vergunning voor onbepaalde tijd.

Ongetwijfeld zijn er mensen die gewoon geen zin hebben om ergens hun best voor te doen, maar bij U ligt het natuurlijk genuanceerder. Of het genuanceerd genoeg is is altijd de vraag, maar er valt een hoop tegen de inburgeringsplicht in te brengen, in ieder geval tegen de wijze waarop die wetgeving in Nederland wordt toegepast.

Denkt U dat U een probleem gaat krijgen, kom dan eens vrijblijvend langs dan kunnen we kijken wat er te doen is.

<< October 2016 >>
MonTueWedThuFriSatSun
12
3456789
10111213141516
17181920212223
24252627282930
31

Wat doen we?

Ons kantoor is gespecialiseerd in wat wel wordt genoemd de sociale rechtshulp. Dat omvat onder andere het personen en ...

lees meer...

Wie zijn wij?

Advocatenkantoor Klein Hesselink is mr H. Klein Hesselink..

lees meer...